Op 8 januari 1632 werd in Amsterdam het Athenaeum Illustre opgericht. De illustere of doorluchtige school was gevestigd in de Agnietenkapel. De eerste hoogleraren Barlaeus en Vossius hielden bij de opening een inaugurele rede. Hoewel men meestal spreekt over de reformatie noemt men deze ontwikkeling in Amsterdam de Alteratie. Op 26 mei 1578, tien jaar na het begin van de Tachtigjarige Oorlog, werd het gehele katholieke stadsbestuur van Amsterdam afgezet. Drie dagen later werd een geheel vernieuwde vroedschap gevormd, bestaande uit dertig protestanten en tien katholieken. De rooms-katholieke Agnietenkapel kreeg zo ook een nieuwe bestemming. De Agnietenkapel bevindt zich aan de stille zijde,  het rustige zuidelijke gedeelte, van de Oudezijds Voorburgwal. De kapel uit 1470 hoorde bij het nonnenklooster van de franciscaanse zusterorde van Agnes.
Atheneum Illustre in de Agnietenkapel in Amsterdam, 1665

Het Athenaeum Illustre kan men beschouwen als een tussenschool na de Latijnse school, het huidige gymnasium. Een stapje hoger kon men in de Nederlanden alleen in Leiden (1575), Franeker (1584) en Groningen (1614) aan een Academie studeren, de échte universiteit. Op de illustere school mochten geen academische graden worden behaald, aangezien elk gewest maximaal één universiteit kreeg, en die van Holland al in Leiden stond, formeel nog opgericht door Filips II. De protestant Gerardus Vossius en zijn collega Caspar Barlaeus hielden respectievelijk op 8 en 9 januari 1632 de inaugurale rede. Colleges van de hoogleraren volgde men in de grote gehoorzaal. Deze waren openbaar en voor iedereen toegankelijk, en werden elke ochtend van 9 tot 11 uur, in het Latijn gegeven.

Het interieur van het Atheneum Illustre, 1783
Het Athenaeum Illustre wordt algemeen beschouwd als de voorloper van de universiteit van Amsterdam. Aan het Athenaeum kon men echter nog geen diploma behalen, men volgde slechts alle colleges en realiseerde zo een bepaald ambt. De wettelijke erkenning tot een instelling voor hoger onderwijs verkreeg het Athenaeum Illustre in het jaar 1815. Hiermee bereikte de hogeschool eindelijk het onderwijsniveau van een universiteit. Daarmee kon men zich in Holland voor het eerst spiegelen aan Leiden; Franeker en Harderwijk werden bij decreet opgeheven en er was in Holland behoefte aan goed opgeleide arbeidskrachten die het Koninkrijk der Nederland een nieuwe toekomst mochten bieden.

Ingang Atheneum Illustre en Agnietenkapel, jaar 1631

Hoewel het onderwijsniveau inmiddels het niveau van een universiteit bereikte, kon men in Amsterdam nog niet terecht voor de promotie. Na een lange periode van opbouw van het Koninkrijk realiseerde de universiteit het promotierecht dat in 1877 werd toegekend. Het Athenaeum werd nu eindelijk bevorderd tot een volwaardige universiteit met de prachtige naam 'Gemeentelijke Universiteit' van Amsterdam. Welnu, deze adjunctie, was iedereen een doorn in het oog. Het wemelt van de vlugschriften en tekeningen (Knuttel-traktaaten) waarin de bevolking de extreem hoge gelden voor de ambtelijke universiteit afkeurt. Hoogleraren werden formeel nog benoemd door het stadsbestuur en de gemeente Amsterdam bekostigde de universiteit grotendeels zelf. Na de toekenning van Nobelprijzen verstomde dit geklaag.

Senaatskamer in het nieuwe onderkomen Oudemanhuispoort

Dit betekent dat de burgemeester, uit hoofde van zijn functie, voorzitter was van het bestuur van de universiteit. Elke kwestie betreffende de universiteit werd zo uitvoerig in de gemeenteraad besproken. Dit bleef zo tot 1961. De financiële verantwoordelijkheid voor de universiteit werd toen, let wel, overgenomen, door, de nationale overheid. Met de invoering van een nieuwe Wet op het hoger onderwijs veranderde alles. De benoeming van hoogleraren kwam nu bij het college van curatoren te liggen, waarvan de burgemeester nog wél uit hoofde van zijn functie voorzitter was, terwijl de rijksoverheid vrijwel volledig verantwoordelijk werd voor de financiering. Zodoende, let wel, bleef de universiteit ook in de nieuwe wet wéér aangeduid worden als 'gemeentelijke universiteit'.
Viering 56e lustrum van de universiteit in de aula, 1912

De invloed van de gemeente bleef aanwezig tot 1971. Toen werd het benoemingsrecht overgenomen door het College van Bestuur. Daarin was de gemeente Amsterdam niet meer vertegenwoordigd. Voortaan werd de universiteit aangeduid als Universiteit van Amsterdam (UvA). De universiteit kreeg steeds meer belangstelling en kwam landelijk in het nieuws in 1969. Toen werd het Maagdenhuis, het bestuurlijke centrum van de universiteit op het Spui, door studenten bezet. Zij wensten meer democratische invloed en zeggenschap rondom universitaire aangelegenheden. Studenten wensten minder overheidsbemoeienis én meer vrijheid, tijdens de colleges, voor hippiefeesten en provo-acties met brommers.
Pallas Athena in de tuin van de Oudemanhuispoort
Gedurende de jaren zestig, zeventig en tachtig zijn zo rond de Universiteit van Amsterdam meerdere studentenacties gevoerd. Een aantal van deze protesten werd georganiseerd door de studentenvereniging ASVA. Nu telt de universiteit van Amsterdam in totaal ongeveer 31.000 studenten en ruim 5.500 personeelsleden die verbonden zijn aan 7 faculteiten. Hiermee is de universiteit van Amsterdam de grootste universiteit van Nederland geworden in haar bestaan gedurende vijf eeuwen. En dan telt Amsterdam nóg een universiteit, de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU). Deze geduchte concurrent van de universiteit van Amsterdam werd in 1880 onder leiding van de politicus Abraham Kuyper gesticht.
Athenaeum Illustre



In deze serie:
Franeker
Groningen
Harderwijk
Leiden

Utrecht